kik3

Nog een soort- en tijdgenoot van Arend Jan van Driesten en ook goed vertegenwoordigd in Museum De Lakenhal in Leiden: Christophe van der Windt (1877 – 1952) – hoewel Belg van geboorte – wordt eveneens gerekend tot de Leidse Impressionisten, een groep schilders die ook wel met Leidse School wordt aangeduid. Ook hij was wel eens in Noordwijk en schilderde daar in 1901  bovenstaand werk: “Gezicht op Noordwijk aan Zee

Elsbeth Veldpape schreef een boekje over hem in 1996 onder de even korte als vanzelfsprekende titel “Chris van der Windt” (Uitgeverij Stichting Kunstkring Groenoord te Oegstgeest). Daaruit het volgende citaat:

“Er zijn veel schilders die af en toe iets moois maken, die in een goede bui een ding met een zeker meesterschap in elkaar zetten. Maar de meesters onder hen zijn het toch die dit stelselmatig doen, die men eigenlijk op geen zwakheid betrapt. Tot dezulken behoort Van der Windt.” Met deze lovende woorden beschreef de criticus C.H. de Boer de Leidse schilder Chris van der Windt. Als een uiting van het ‘meditatieve impressionisme’ houdt zijn kunst het midden tussen het stemmige impressionisme van de Haagse School en de lyriek van de Tachtigers. Befaamd is hij om zijn pittoreske boerenerfjes en verstilde stillevens, die getuigen van een sterk gevoel voor poëtische waarden. Niet voor niets karakteriseerde De Boer hem als gemoedsschilder. De schilder Cornelis Vreedenburgh (1880-1946) zei eens: “Chris kan alles. Zet hem een luciferdoosje voor de neus en hij maakt er iets moois van.” Volgens de criticus De Boer was Van der Windt van nature een allesschilder. In 1947 schreef hij: “Zelfs de grote Weiss was wel eens genoodzaakt voor zijn koeien de hulp van Van Ingen in te roepen die, naar de overlevering luidt, voor elke koe een tientje incasseerde, terwijl Van der Windt in de gunstige omstandigheid verkeerde dat hij zijn eigen stoffage kon verzorgen.”

Wanneer men het werk van Van der Windt bekijkt is zijn veelzijdigheid inderdaad opvallend. Zowel zijn olieverfschilderijen, aquarellen, tekeningen als etsen getuigen van een groot vakmanschap. Met gemak worden verschillende genres beoefend, maar zijn voorkeur ligt toch duidelijk bij het landschap en het stilleven. Al rond 1900 vindt Van der Windt een duidelijke thematiek: het intieme boerenerf werd zijn favoriete onderwerp. Ook vóór 1900 heeft hij wel boerderijen geschilderd, maar dan ligt de nadruk nog meer op zaken die hij later als bijkomstigheden ziet, zoals een brug, een boot of een koe. Ook is zijn toets dan nog wat stroef en hij weet de kleuren nog niet zo rijk te schakeren als in de jaren daarna.

Na 1900 wordt zijn stijl van schilderen beduidend losser. Van der Windt beperkt zijn stoffering nu tot boeren en boerinnen, bezig met hun dagelijkse beslommeringen. Zijn mooiste landschappen vervaardigt Van der Windt tussen 1900 en 1910, vooral in aquareltechniek, waarvoor hij een groot talent had.
Van der Windt heeft gedurende zijn hele leven stillevens geschilderd. Deze zijn bijna altijd opgebouwd uit eenvoudige objecten die zonder opsmuk worden gepresenteerd omdat hij van mening is dat franje onnodig afleidt van de schoonheid van het eenvoudige. Vooral in de stillevens met huisraad en fruit toont hij zich een meester in de beperking. Met een losse toets en in heldere kleuren weet Van der Windt de stofuitdrukking te treffen. De camera wordt daarbij dicht op het onderwerp geplaatst, hetgeen een intieme sfeer creëert.
De meeste bloemstillevens zijn ontstaan vanaf 1908. Vooral chrysanten en viooltjes zijn favoriet. De bloemen worden vaak zonder vaas afgebeeld, hetgeen in deze periode niet zo gebruikelijk is. Het geeft de compositie een zekere spanning. Ook in zijn bloemstukken geeft Van der Windt de voorkeur aan eenvoud. Zijn bloemen zijn niet traditioneel geschikt, maar staan nonchalant in een vaas of liggen losjes op een tafel of in een mand.

Advertenties