enlandlied

Het Duitse ‘Englandlied’ was in Nederland al vrij snel na het begin de oorlog een prooi voor parodie en ridiculisering. Tot verdriet van de Duitse autoriteiten, die prompt iedere muzikale schennispleging wilden bestraffen.

Waar ging het hemelsbreed over? Een strijdlied uit 1915 van ene Hermann Löns, dat graag door de Duitse troepen werd gezongen. “Fahren gegen England” was het parool, maar zo heldhaftig als het klonk, zo donker waren blijkbaar ook de perspectieven, want in de laatste strofen wordt gewag gemaakt van de mogelijkheid dat de dappere Mof het er niet levend van af zou brengen (”Kommt die Kunde, daß ich bin gefallen”). Bijvoorbeeld omdat-ie de Noordzee niet met droge voeten over zou komen (“Schlafe in der Meeresflut“).

Het is dan ook maar de vraag of de Engelsen echt wakker lagen van dit gekweel. Nederlanders  ook niet, want er bestonden schijnbaar diverse parodieën op het lied dat uit volle borst gezongen diende te worden. Dat was tegen zere Duitse benen, vandaar dat de  Nederlandse politie verzocht werd in te grijpen en de manschappen te instrueren tot nadere stappen, zodra ook maar een begintoon van het lied in het zwerk weerklonk.

Brave Noordwijkse dienders tekenden een verklaring van hun inspecteur, waarin zij verklaarden van de deze instructie kennis te hebben genomen. Of ze ooit een muzikale Noordwijker te pakken hebben genomen, betwijfel ik. Misschien neurieden ze achter de geblindeerde ramen of in de kelder van hun woning wel stiekem het wijsje met de verkeerde woorden mee.

Hieronder de tekst van het lied en daarna nog het met veel ‘Zapfenstreich‘ omgeven gezang:

Heute wollen wir ein Liedlein singen,

Trinken wollen wir den kühlen Wein

Und die Gläser sollen dazu klingen,

Denn es muß, es muß geschieden sein.

Refrain:

Gib’ mir deine Hand, deine weiße Hand,

Leb’ wohl, mein Schatz, leb’ wohl mein Schatz,

Leb’ wohl, lebe wohl

Denn wir fahren, denn wir fahren,

Denn wir fahren gegen Engeland, Engeland.

Unsre Flagge und die wehet auf dem Maste,

Sie verkündet unsres Reiches Macht,

Denn wir wollen es nicht länger leiden,

Daß der Englischmann darüber lacht.

Kommt die Kunde, daß ich bin gefallen,

Daß ich schlafe in der Meeresflut,

Weine nicht um mich, mein Schatz, und denke:

Für das Vaterland da floß sein Blut.

 

Advertenties