Bij foto’s van Noordwijk/Batavia zijn altijd wel korte verhaaltjes te vertellen, die ik soms jat uit de Wikipedia of van elders. Maar ze geven net ff wat meer body aan het plaatje alléén. Zo ook hier bij het plaatje van de Sluisbrug in Noordwijk/Batavia met op de achtergrond het kantoor van de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (KPM).

De KPM werd op 4 september 1888 in Amsterdam opgericht door de Rotterdamsche Lloyd (RL) en de Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN). Het Nederlandse hoofdkantoor was vanaf 1916 samen met dat van enkele andere Amsterdamse rederijen gevestigd in het Scheepvaarthuis aan de Prins Hendrikkade. De nieuwe maatschappij nam een deel van de schepen van de Nederlandsch Indische Stoomvaart Maatschappij over. Na twee jaar voorbereiding startte de KPM op 1 januari 1891 met de uitvoering van de eerste dienstregeling. Het bedrijf richtte zich primair op de scheepvaartverbindingen voor passagiers en vracht tussen de eilanden van Nederlands-Indië, de zogenaamde ‘inter-insulaire vaart’. De gebruikelijke term voor dit soort geregelde diensten ten behoeve van het vervoer van passagiers, post en goederen was aan het eind van de negentiende eeuw ‘paketvaart’, uitgevoerd met ‘paketschepen’, waarbij het voorvoegsel ‘paket’, in de betekenis van postpakket, nog met één ‘k’ werd geschreven; later werd de algemene schrijfwijze ‘pakket’, ‘pakketvaart’ en ‘pakketschepen’, maar de naam van de maatschappij bleef ongewijzigd. Vanaf 1906 werden ook routes vanuit de Indische archipel naar het buitenland opgezet, de zogenaamde ‘buitenlijnen’. Deze kregen vaak eigen namen zodat het zelfstandige bedrijven leken, maar ze stonden onder directie van de KPM. Zo kwam er in 1908 de Java-Australië Lijn (JAL), in 1910 de Java-Siam Lijn (JSL) en in 1915 de Deli-Straits-China Lijn (DSCL).

Tussen de twee wereldoorlogen groeiden de activiteiten zodanig, dat de vloot van de KPM die van de RL en SMN voorbijstreefde en het zowel in aantal schepen als tonnage de grootste Nederlandse rederij werd. De Tweede Wereldoorlog maakte hier abrupt een einde aan, de KPM kwam zwaar gehavend uit de oorlog. Ze verloor 96 schepen waarbij ongeveer 1000 mensen om het leven kwamen. Het eerste vrachtschip dat door een vijandige daad verloren ging was de Rantaupandjang. Ze werd op 22 februari 1941 door een Duitse kruiser tot zinken gebracht bij Madagaskar. In 1947 werden de buitenlijnen van de KPM samengevoegd met de zelfstandige Java-China-Japan Lijn (JCJL) en op 1 januari 1948 ingebracht in een nieuwe maatschappij: de Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen (KJCPL). De KPM concentreerde zich weer geheel op de ‘inter-insulaire vaart’. Dit werd als snel bemoeilijkt door het ontstaan van de staat Indonesië in 1949 en het wegvallen van de oude koloniale verbanden. Op 6 december 1957 besloot de Indonesische regering het KPM-bedrijf in bezit te nemen en in te lijven in de staatsdienst Pelni, hetgeen geformaliseerd werd in een nationalisering in de jaren 1958-1960, nadat het Indonesische parlement hiertoe in 1958 nieuwe wetgeving van kracht maakte. Na vele verwikkelingen weken de meeste schepen in april 1958 uit naar Singapore, waar ook het nieuwe operationele hoofdkantoor werd gevestigd.

Een groot deel van de vloot van relatief kleine schepen werd verkocht en personeel werd ontslagen. Met de grotere en modernere schepen werd geprobeerd nieuwe vaargebieden te vinden in het Verre Oosten, de Pacific, Perzische Golf en de Middellandse Zee.

Op 1 januari 1967 fuseerde de KPM met de Koninklijke Java-China-Paketvaart Lijnen (KJCPL). Technisch gezien betrof het een overname en werd, nadat in 1948 al de ‘buitenlijnen’ van de KPM waren geïncorporeerd, nu het heropgebouwde bedrijf in de KJCPL opgenomen. De KPM bracht een vloot van 38 schepen in, met een gezamenlijk tonnage van 205.766 brt. De KJCPL fuseerde vervolgens in 1970 met enige andere Nederlandse scheepvaartmaatschappijen tot Nedlloyd, dat in 1996 werd omgevormd tot P&O Nedlloyd en in 2005 opging in het Deense conglomeraat Mærsk. Het Nederlandse deel van het archief van de KPM werd door Nedlloyd overgedragen aan het Nationaal Archief, het Indische archief ging bij de inbeslagname van het hoofdkantoor grotendeels verloren. Het kunstbezit van de KPM is als onderdeel van de ‘Nedlloyd-collectie’ in bezit van Stichting Kunstbezit Koninklijke Nedlloyd die de collectie in bruikleen heeft gegeven aan het Maritiem Museum Rotterdam en het Scheepvaart Museum te Amsterdam.

In Nederlands-Indië werd de afkorting “KPM” vaak voor de grap vertaald als “Komt Pas Morgen”, omdat ze nog weleens vertraagd aankwam (Tekst Wikipedia).

Advertenties