duin

Het Huisje in de Duinen

 

Muurbloemen bloeiden voor het lage raam.

Het late middaglicht was warm en bronzen,

en de ongerepte stilte klonk als gonzen

van vele kleine vleugelen te zaam.

En achter het beschutte, kleine huis

verhieven zich de wit-geblaakte duinen:

een strakke hemel stond boven hun kruinen;

haast niet te horen was het zeegeruis.

Hier scheen de macht van ’t onheil te vergaan,

één ogenblik. Hier scheen ’t geluk bereikbaar,

de lome druk der daaglijksheid ontwijkbaar

binnen de grens van een beperkt bestaan.

Welke is die mensen ingeschapen drang,

die geen vervulling duldt van het begeerde,

maar altijd van hun zwakke harten weerde,

waarnaar zij joegen, heel hun leven lang ?

J.C. Bloem  Verzamelde Gedichten  Copyright © 1965 Athenaeum – Polak & Van Gennep
Advertenties