kapper

Joop van Houten dreef in de Molenstraat en kapperszaak, volgens mij een gevaarlijke onderneming. Want terwijl Joop al knippende bezig was, keek hij voortdurend naar buiten. Er was geen passant die aan zijn blikken kon ontsnappen en hij kende ze ook allemaal. Want even zo vrolijk stak hij kam en schaar de lucht in ter begroeting, onderwijl de  klant in doodsangsten achterlatend, want het was maar de vraag hoe kam en schaar vervolgens weer op de kruin zouden landen.

Naast Joop was de ingang van het gifbedrijf van de Fa. G.Vink en Zn. Het was eigenlijk een soort ontsmettingsbedrijf voor bloembollen. Je kon er narcissen of hyacinthen laten koken in vaten en bakken vol van het ergste vergif (‘vergift’ zeiden de bolleboeren). Je moest maar hopen dat er geen ongelukken gebeurden, daar bij Vink en Zoon, zeker niet in een ontsmettingsinstal(l)atie met één ‘l’.

Ik verdacht Joop er wel eens van zijn haarwaters bij de firma Vink te betrekken, want erg welriekend was het spul niet. Maar ik had nooit luizen.

Advertenties