Wielrenner Bart Zoet was geboren in Sassenheim (“SA”, “SS” und “Heim”, volgens journalist Wim Klinkenberg) en werd toch Olympisch Kampioen. Al in 1964 in Tokio. In zijn prachtige biografie over deze renner doet Gijs Zandbergen Zoet alle eer, hoewel hij in de achterin zijn boek opgenomen erelijst de overwinning in Tokio curieus genoeg niet vermeldt (terwijl hij wel de 47e plaats noemt die Zoet in 1966 behaalde in de Dauphine Liberé). Dat moet in een herdruk nog verbeterd worden, Gijs!

Volgens veel wielrenners waren er na de oorlog nog geen tien renners geweest die harder konden fietsen dan Bart Zoet. Hij moet daar in Tokio, ver van Sassenheim, enorm tekeer zijn gegaan en zijn ploegmaten Gerben Karstens, Jan Pieterse en Evert Dolman op een verschrikkelijk sleeptouw hebben genomen, want ze fietsten alle andere landenploegen volledig naar huis.

Zoet maakte naam in Tokio, maar kon die naam daarna nooit meer waarmaken, behalve in anderhalve kermiskoers die in de internationale wielerwereld niet echt meetelde. Zoet was in 1970 al beroepsrenner-af, hij was net 27 jaar en zijn beste jaren hadden nog kunnen komen. Hij begon een café in Bergen op Zoom, maar dronk veel te lustig mee met de klanten aan de andere kant van de toog. Zijn huwelijk liep op de klippen en hij zonk langzaam verder weg in alcoholisme, verdriet, eenzaamheid en een erfelijke hartkwaal (iedere andere volgorde is ook mogelijk). De hartkwaal deed hem uiteindelijk de das om op 12 mei 1992, vandaag 15 jaar geleden. Hij werd 49 jaar en ligt begraven op het kerkhof naast de katholieke kerk in Sassenheim. Op zijn steen staan de olympische ringen gebeiteld uit 1964.

Het verdriet van Zoet had vele oorzaken. Eén ervan was zijn op de klippen gelopen huwelijk. Dat verdriet kwam een paar jaar later nog op een treurige manier tot uitbarsting aan de Grent in Noordwijk aan Zee, waar Zoet vaak te vinden was als tennisser op de banen bij Huis ter Duin en nog vaker in bar-bodega De Stip, waar hij – volgens Zandbergen – sterke verhalen vertelde aan een vaste claque “van voetbalveteranen en tennissers op D-niveau.” En dan gaat Zandbergen verder:

 “Op een zaterdagavond in De Stip stond Zoet midden in een gesprek op en liep de zaak uit. Dat verwonderde niemand. Hij liep wel vaker weg. Kennelijk zat hem dan iets dwars waarover hij niet wilde praten. De barkeeper riep in zulke gevallen gewoon tot ziens, want de volgende dag zat hij weer gewoon op zijn plek. Zo ging het ook deze keer. De stamgasten keken hem na en zagen hem buiten een man achternalopen, die hij op de schouders tikte. De man draaide zich om, zei iets, waarna er een schermutseling ontstond die ermee eindigde dat de voorbijganger aan een verkeersbord werd gehangen. Het was onduidelijk of er klappen waren gevallen. Toen Zoet terug stapte, liet de man zich op de grond zakken en maakte hij dat hij wegkwam. Over dit incident is in de Stip nog veel gesproken. De gebeurtenis kreeg van lieverlee steeds meer ooggetuigen, want iedereen wilde de climax hebben meegemaakt van een affaire, waarover zij wel gehoord hadden, maar waarvan zij het fijne niet wisten.”

De man die daar hulpeloos en geïntimideerd aan een verkeersbord op de Grent had gebungeld was Cees Bal, ooit winnaar van de Ronde van Vlaanderen en ooit minnaar van de ex-vrouw van Zoet.

Gijs Zandbergen: Het Zure Leven van Bart Zoet

 
Advertenties